De driehoektheorie van liefde stelt dat liefde kan worden begrepen als hoekpunten van een driehoek. Deze drie zijn intimiteit, passie en verbintenis.
Intimiteit verwijst naar gevoelens van nabijheid, verbondenheid en gehechtheid. Het omvat gevoelens die aanleiding geven tot het ervaren van warmte in de relatie.
Passie verwijst naar de drijfveren die leiden tot romantiek, lichamelijke aantrekkingskracht en seksuele bevrediging. Passie omvat de bronnen van motivatie en andere vormen van opwinding.
De beslissing/verbintenis omvat cognities die betrokken zijn bij het nemen van beslissingen over het bestaan van een liefdevolle relatie en de potentiële lange termijn verbintenis daaraan.
Over het algemeen kan de intimiteit grotendeels voortkomen uit de emotionele investering in de relatie. De passie komt grotendeels voort uit drijfveren, en de beslissing/verbintenis komt vooral voort uit cognitieve besluitvorming.
Intimiteit kan worden gezien als een “warme” component, passie als een “hete” component en de beslissings-/verbinteniscomponent als een “koude” component.
In hechte relaties lijken het voelen van emotionele betrokkenheid en cognitieve verbintenis relatief stabiel te zijn, terwijl motivaties en andere prikkels van de passie, juist relatief instabiel zijn en op een onvoorspelbare manier komen en gaan.
Partners hebben een zekere mate van controle over de gevoelens van intimiteit (als iemand zich ervan bewust is), een hoge mate van controle over het besluit van betrokkenheid, maar weinig over de hoeveelheid opwinding van de passie
Partners zijn zich meestal vrij bewust van de passie, maar het bewustzijn van de intimiteit en beslissingen kan zeer variabel zijn. Soms ervaren partners warme gevoelens van intimiteit zonder zich ervan bewust te zijn of zonder deze te kunnen benoemen.
Evenzo zijn partners vaak niet zeker van hoe toegewijd men is aan een relatie totdat mensen of gebeurtenissen de toewijding op de proef te stellen.